Handhavingsopties

Bestuursdwang (art. 5:21 e.v. Awb)

Het opleggen van een last onder bestuursdwang is bij uitstek geschikt om de gevolgen van een overtreding ongedaan te maken. Een last onder bestuursdwang leidt tot beëindiging van een overtreding op korte termijn, of door de overtreder, of door het bevoegd gezag. Komt de overtreder de verplichting om iets te doen niet is na dan kan het bestuursorgaan met toepassing van deze sanctie de handeling alsnog verrichten. Een last onder bestuursdwang verplicht het bevoegd gezag om zelf daadwerkelijk te handelen als de last niet wordt nagekomen.

Dwangsom (art. 5:31d e.v. Awb)

Een dwangsom geeft een financiële prikkel (de dwangsom) om verboden gedrag niet te herhalen of niet voort te zetten of om maatregelen te nemen.

Een last onder dwangsom verplicht het bevoegd gezag niet tot het daadwerkelijk zelf handelen. Het risico bestaat dat de overtreder ongevoelig is voor de financiële prikkel en de overtreding dus niet daadwerkelijk beëindigt. Werkt de financiële prikkel niet dan kan een andere (herstel)sanctie worden toegepast.

Het bevoegd gezag heeft over het algemeen een grote beleidsvrijheid bij de keuze tussen een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Deze beleidsvrijheid wordt ingeperkt door artikel 5:32 lid 2 Awb: “Voor het opleggen van een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogd te beschermen, zich daartegen verzet”. Bijvoorbeeld bij ernstige milieu overtredingen waarvan de gevolgen het milieu of de volksgezondheid bedreigen.

Het bevoegd gezag kan per overtreding één herstelsanctie opleggen. Er kan geen herstelsanctie worden opgelegd, zolang een andere wegens dezelfde overtreding opgelegde herstelsanctie van kracht is (art. 5:6 Awb).

Share This